Er zijn optische, chemische en fysische methodes beschikbaar om vingersporen zichtbaar te maken. Het verschil tussen de methodes berust op de interactie met het latent (=onzichtbaar) aanwezige vingerspoor.
Bij optische methodes is deze interactie tijdelijk en wordt met verschillende soorten licht geprobeerd een zo hoog mogelijk contrast te krijgen tussen het spoor en zijn ondergrond. Optische methodes zijn niet destructief, dat wil zeggen dat het te onderzoeken voorwerp niet wordt aangetast.
Chemische methodes berusten op een chemische interactie met componenten in een latent aanwezig vingerspoor. Voorbeelden van chemische methodes zijn behandeling met cyanoacrylaat en ninhydrine. Cyanoacrylaat slaat neer op de vingerafdruk (polymeerproces) en Ninhydrine (NFN) verbindt zich met de eiwitten/aminozuren van de vingerafdruk. Andere middelen zijn DFO en 5MTN. Met deze middelen kan men het spoor laten fluoresceren.
Fysische methodes berusten op een fysische interactie met componenten in een latent aanwezig vingerspoor. Een voorbeeld van een fysische methode is de metaalopdampmethode. Ook bij het poederen van vingersporen worden deze zichtbaar door een fysische interactie.
Chemische en fysische methodes zijn destructief doordat ze het te onderzoeken materiaal aantasten. Vaak zijn deze materialen om deze reden na dactyloscopisch onderzoek niet meer geschikt voor andere onderzoeken (zoals onderzoek naar een genetische vingerafdruk). Dit soort dactyloscopisch onderzoek moet dan ook als laatste uitgevoerd worden.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Dactyloscopie
Geen opmerkingen:
Een reactie posten